De zwaarste crisisdagen lijken voorbij, maar werknemers worden alweer bang gemaakt met een nieuw schrikbeeld van aanstormde robots die mensen overbodig maken. Recente economische cijfers sporen daar niet mee, signaleert Sandra Phlippen.

De arbeidsmarkt trekt aan. Het aantal werklozen is met meer dan 50 duizend personen gedaald naar 645 duizend mensen. Daarmee is nu niet meer 7,9 procent van de beroepsbevolking werkloos, zoals op het toppunt van de crisis in februari 2014, maar 7,2 procent.

De ministers Kamp, Asscher en premier Rutte sloegen hier direct op aan met termen als: we hebben de broekriem stevig aangetrokken en we zien nu dat het werkt. Er is een duidelijke opwaartse trend zichtbaar. Nu is het tijd om door te pakken op de arbeidsmarkt, om naar de toekomst te kijken. Een toekomst vol met innovaties die veelal door ICT gedreven zullen zijn.

Leren om robots voor te blijven

Werknemers zullen in steeds hoger tempo nieuwe vaardigheden moeten ontwikkelen, als zij niet willen dat robots hun plaats innemen, zo is vrees. Werkgevers zullen in staat moeten worden gesteld om minder wendbare werknemers te vervangen door hen die dat wel kunnen en willen. Om toegerust te zijn voor de arbeidsmarkt van de toekomst moet iedereen een leven lang leren, zegt ook Minister Bussemaker.

Een werknemer die tevreden zijn dagelijkse werk doet en blij is met de zekerheid en de stabiliteit die daardoor in zijn leven en dat van zijn gezin ontstaat, krijgt het wat benauwd van dit soort teksten. De vrees om tijdens de zwaarste crisisdagen op straat te komen staan is nauwelijks voorbij, of er is weer een nieuw voorland waardoor mensen de stuipen op het lijf worden gejaagd. Is dat nou nodig? Het antwoord is: nee. Maar dat is niet alleen maar goed nieuws.

Daling werkloosheid nog erg pril

Beide aannames - 'de crisis is over', maar... 'pas op voor de robots' - rammelen nogal. Om met het eerste te beginnen: het is voorlopig nog zeer de vraag is of de dalende werkloosheid doorzet. De vrees om op straat te komen staan is dus nog niet perse onterecht. Zoom maar eens uit van de laatste werkloosheidscijfers naar 10 jaar terug in de tijd: dan zie je dat de terugloop van werkloosheid maar een klein bochtje in de nog steeds vrij hoge piek is.

Dat beetje minder werkloosheid van nu is niet groter dan de korte hick-up die we in 2011 hadden, waarna we snel weer terug de recessie in doken.  Ik zeg dit niet om pessimistisch te zijn, maar om erop te wijzen dat politici die hoog van de toren blazen op basis van veranderingen op de laatste millimeter,  uiteindelijk hun geloofwaardigheid verliezen. Ook al zeggen ze het in dit geval om mensen gerust te stellen in hun vrees voor baanverlies.

Weinig overbodige werknemers

Al is het gevaar van werkloosheid nog niet voorbij, de vrees voor de toekomstige arbeidsmarkt waarin wij overbodig worden is ook niet terecht. Nieuw onderzoek laat namelijk zien dan het allemaal wel mee valt met die nieuwe banen waarop wij niet zouden zijn toegerust.

Dit soort onderzoek is belangrijk, want het maakt nogal uit of mensen zonder werk zitten omdat er geen banen zijn (conjunctuur) of omdat er wel nieuwe banen zijn, maar mensen niet de juiste vaardigheden hebben om die banen te krijgen (structuur). In het eerste geval moet de overheid zorgen voor sociale zekerheid, en in het tweede geval is het ook belangrijk om mensen te prikkelen tot baanwisselingen en omscholing.

De meest gebruikte manier om te weten te komen of er een mismatch is tussen wat werkgevers zoeken en wat werkzoekenden in de aanbieding hebben, is de zogenoemde Beveridge-curve. Die laat door de tijd heen zien hoeveel vacatures er nog open staan bij een gegeven aantal mensen dat naar werk op zoek is. Het geeft met andere woorden aan hoe efficiënt een arbeidsmarkt opereert in het bij elkaar brengen van vraag en aanbod.

Onderzoekers Hugo Erken, Eric van Loon en Wouter Verbeek publiceerden afgelopen donderdag in het blad ESB hun studie naar de mismatch op de Nederlandse arbeidsmarkt in de afgelopen tien jaar. Wat blijkt? Het valt allemaal reuze mee! De kwartalen sinds 2014, het eerste officiële post-crisis jaar, laten het begin zien van een curve waarin de aansluiting tussen aangeboden en gevraagde banen niet slechter is geworden en misschien zelfs iets beter!

Als er een mismatch zou zijn, dan zou die waarschijnlijk juist in de eerste jaren na de crisis zichtbaar worden. Dat is namelijk het eerste moment waarop bedrijven die gaan groeien weer op zoek gaan naar geschikt personeel, terwijl de werkloosheid nog even doormoddert. Maar daar is dus geen sprake van.

Als automatisering onze arbeidsmarkt al zou ontwrichten, met overbodige taken en tegelijk onvervulde banen, dan is dat in ieder geval niet nu.

Sandra Phlippen is hoofdredacteur van het economisch vakblad ESB.

Lees ook

Banenmotor Nederland kan nog niet tippen aan Duitsland

Dit artikel is oorspronkelijk verschenen op z24.nl